Posts filed under 'Onderzoek'

Aan het einde van je geld een stuk maand over?

Een derde (32%) van de Nederlanders met een vast inkomen/ vaste baan kan aan het einde van de maand wel eens geen geld pinnen omdat zij onvoldoende saldo hebben. Dit blijkt uit onderzoek onder 1.119 Nederlanders dat we uitgevoerd hebben voor Ferratum, een financiële service provider.

Niet kunnen pinnen aan het einde van de maand komt niet alleen voor Nederlanders met een beneden modaal (47%) of modaal inkomen (44%). Ook bij een kwart (26%) van de Nederlanders met een boven modaal inkomen komt dit wel eens voor. Zij komen dan niet alleen geld tekort voor luxe goederen: bijna twee derde (64%) geeft aan dan geen geld te hebben voor de boodschappen.

ANP PRESSLINK - SALDODIPJE.NL - SCHAAMROOD BIJ NIET KUNNEN PINNEBij bijna een kwart (23%) van de Nederlanders is het wel eens voor gekomen dat zij ergens wilden pinnen (bijvoorbeeld bij supermarkt of benzinepomp), maar toen over onvoldoende saldo bleken te beschikken. Ruim driekwart van deze Nederlanders (77%) geeft ronduit toe dat het schaamrood hen op de kaken stond toen deze situatie zich voordeed.

Als men aan het einde van de maand tijdelijk niet kan pinnen, wacht bijna twee derde (64%) tot hun salaris wordt gestort. 41% boekt geld over van een spaarrekening naar de betaalrekening en 16% maakt dan gebruik van een credit card. Slechts een klein percentage (10%) zegt voor geld bij vrienden of familie aan te kloppen.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Ferratum ter gelegenheid van de lancering van hun nieuwe online dienst Saldodipje.nl, een eerste hulp service bij het pinnen. Het online platform werd maandag gelanceerd met een persbericht (door Het PR Bureau) en een PR Stunt (door PR stunt).

Bekijk ook het filmpje op depers.nl.

Reageer 19 November 2009 - 7:38 Kjell

KPN en Ruigrok | NetPanel Tag-it

View more documents from Marja Ruigrok.

Gisteren gaven Arjan en Patrick een kijkje in de keuken van de samenwerking tussen KPN en Ruigrok | NetPanel. KPN verstuurd met grote regelmaat brieven, folders en ander materiaal naar haar zakelijke klanten. Om deze communicatie optimaal te laten aansluiten bij de wensen van de doelgroep, laten we een groep ondernemers de uitingen van KPN digitaal beplakken met post-its. Doordat KPN direct mee kan kijken, krijgen ze direct inzicht in de dingen die aanspreken en de dingen die voor verbetering vatbaar zijn. Daarnaast worden alle uitingen gescoord op de waarden van KPN en de aanzet tot actie. Zo ontstaat er naast kwalitatief, diepgaand inzicht ook een mooie benchmark! Heb je nog vragen? Mail met Patrick (KPN) of met Arjan (Ruigrok | NetPanel).

Reageer 4 November 2009 - 12:37 Marja

I love Amsterdam?

Voor de tweede keer hebben we een online onderzoek uitgevoerd onder buitenlandse bezoekers en bewoners. En wat blijkt? Toeristen vinden Amsterdam fantastisch, maar expats zijn heel wat kritischer. Hierbij de rapportage van het onderzoek onder de Amsterdam Advisory Board.

Reageer 4 November 2009 - 12:34 Marja

Nederlanders voelen zich schuldig over weggegooid eten (Soepdag)

eten

Unilever Foodsolutions houdt op 16 oktober, tijdens Wereldvoedseldag, voor het eerst Nationale Soepdag. Dit om aandacht te vragen voor het hongerprobleem in de wereld.

Onder het motto ‘Een gratis kom soep voor jou, een gratis schoolmaaltijd voor een kind’ steunt Unilever Foodsolutions het World Food Programma (WFP) van de Verenigde Naties. Gasten van 2500 deelnemende bedrijfsrestaurants, horecalocaties en zorginstellingen krijgen een gratis kom soep aangeboden. Daarbij krijgen ze de mogelijkheid om de soepprijs (of meer) te doneren. Voor elke donatie van 20 eurocent ontvangt een kind in de derde wereld een gratis schoolmaaltijd. Volgens WFP zijn 146 miljoen kinderen in ontwikkelingslanden ondervoed en overlijden jaarlijks naar schatting 5,6 miljoen kinderen onder de vijf jaar aan de gevolgen hiervan. Uit onderzoek dat Unilever Foodsolutions heeft laten uitvoeren door Ruigrok | NetPanel (onder 881 respondenten) blijkt dat de helft van de Nederlanders zich niet bewust is van de omvang van het wereldwijde hongerprobleem. Eenzelfde groep weigert te accepteren dat er geen oplossing voor dit probleem is; 21 procent denkt dat het niet oplosbaar is.

Een op de drie Nederlanders gooit een paar keer per week eten weg (34 procent), nog eens een kwart (27 procent) doet dat enkele keren per twee weken. Dat is gebleken uit onderzoek van Ruigrok NetPanel, in opdracht van Unilever. Het onderzoek werd gehouden ter gelegenheid van de Nationale Soepdag en richtte zich met name op de kennis en mening van Nederlanders over voedsel en voedselproblematiek. Het weggooien van eten wordt in die zin steeds meer gezien als een belangrijke bijdrage aan het mondiale voedseltekort. 

Ondanks dat veel Nederlanders geregeld eten weggooien doet men dat niet gevoelloos. Ruim de helft (59 procent) van de mensen zegt last te hebben van schuldgevoelens wanneer de restjes in de prullenbak belanden. Nog eens een op de drie (36 procent) geeft aan dat zij meer eten weggooien dan zij zouden willen. Volgens de onderzoekers zou het chronische eetoverschot te maken hebben met een gevoel van goed gastheerschap, want voor het leeuwendeel van de ondervraagden (81 procent) gaat dit eerder samen met te veel dan met te weinig eten. De meerderheid (57 procent) heeft ’t liefst ook altijd iets te eten in huis voor onverwachte gasten. Bijna vier op de tien Nederlanders (38 procent) laten zich sowieso verleiden om meer eten te kopen dan men van tevoren had gepland. Dit geldt echter sterker voor vrouwen (45 procent) dan voor mannen (32 procent).

Ruigrok Netpanel voerde het onderzoek uit onder 881 respondenten tussen 18 en 65 jaar. De steekproef is na weging representatief voor de doelgroep wat betreft geslacht, leeftijd en opleidingsniveau.

1 reactie 19 Oktober 2009 - 8:36 Marja

ME to WE research

crowdYes. We. Can! Wie kent deze slogan niet waarmee Barack Obama de basis voor het winnen van de Amerikaanse verkiezingen legde. Deze drie woorden tonen de kern aan van een belangrijke verschuiving in de wereld: van ‘Me’ naar ‘We’. Niet alleen wordt er steeds meer gebruik gemaakt van social media, ook de oorzaak van de economische crisis valt volgens velen te wijten aan te veel ‘Me’-denken door bankiers en CEO’s en te weinig ‘We’-denken. Wat betekent deze verschuiving van ‘Me’ naar ‘We’ voor het marktonderzoek?

In het marktonderzoek richten we ons al jaren tot consumenten met vragen over henzelf. Wat zijn hun motivaties, wat zijn hun wensen en behoeften en hoe verwachten zij zich te gedragen in de toekomst (bijvoorbeeld koopintentie)? Met deze benadering wordt echter voorbijgegaan aan twee belangrijke kenmerken van de menselijke soort:

1. Mensen zijn onbetrouwbare getuigen van hun eigen gedrag en gedachten.
Hoewel we graag anders willen geloven, houden we onszelf vaak zelf voor de gek en blijven onze echte motivaties zelfs voor onszelf verborgen. Ook hebben wij mensen de intentie om ons eigen kunnen zwaar te overschatten. Een goed voorbeeld hiervan is een onderzoek uit Zweden waaruit blijkt dat 50% van de Zweedse mannen zichzelf tot de 10% beste autorijders van het land rekent. Als we dus consumenten iets vragen over henzelf moeten we er ons dus bewust van zijn dat we met onbetrouwbare getuigen praten die ons onbewust misschien verder van de waarheid brengen in plaats van dichterbij.

2. Mensen zijn van nature sociale wezens.
Mensen zijn van nature heel goed in het opmerken van het gedrag van anderen en de motivaties van anderen. Daarnaast zijn zij ook heel goed in het voorspellen van het gedrag van anderen. Als dit namelijk niet zo zou zijn, dan zouden we ook niet staat zijn om te kunnen anticiperen op het gedrag van anderen. En dat zou alleen al op een drukke koopzondag in de Kalverstraat tot botsingen en andere hilarische taferelen leiden.

Ook is aangetoond dat in deze sociale aard ook de kracht van de menselijke soort ligt: samen weten we immers meer dan één (Wisdom of the Crowd), kunnen we ons gebeurtenissen beter herinneren en kunnen we situaties ook beter inschatten. Een goed voorbeeld is een experiment op een jaarmarkt waar 787 deelnemers aan een prijsvraag het gewicht van een os moesten raden. Hoewel niemand het exacte gewicht van de os geraden had, kwam het gemiddelde gewicht van alle schattingen exact overeen met het daadwerkelijke gewicht van de os.

Tot slot is bekend dat mensen in situaties waarin zij niet weten wat ze moeten doen (of geen zin hebben om zelf na te denken), eerst naar anderen kijken wat zij doen (copying) om op deze manier niet te veel af te wijken van anderen. Deze wijsheden worden al succesvol ingezet in marketing, zoals op bol.com waarbij elk boek, CD of DVD wordt aangegeven welke andere producten mensen die dit product gekocht hebben ook kochten.

Nieuwe onderzoeksmethoden:
Enkele nieuwe vormen van onderzoek waarbij het ‘We’-principe centraal staat werden onlangs door John Kearon and Mark Earls van BrainJuicer UK gepresenteerd op het Esomar Congres in Montreux. Zij noemden onder andere:

  • Mass anthropology: Gebruik maken van bijvoorbeeld Google trends voor het zoeken naar relaties in bestaande data;
  • Mass prediction: Gebruik maken van de voorspellende waarde van de groep (bijvoorbeeld wie de nieuwe president van Amerika wordt, wie X-factor wint etc.);
  • Mass ethnography: Gebruik maken ‘ooggetuige’ verslagen van consumenten (beschrijvingen van het gedrag van anderen);
  • Mass Creation: Gebruik maken van de creativiteit en kennis van de massa, zoals nu al gebeurt in co-creatie- en interdisciplinaire brainstorm sessies.

Uit de voorbeelden van projecten waarin John en Mark bovenstaande methoden toegepast hebben, kan opgemaakt worden dat er nog een hoop te ontdekken en ontwikkelen valt op het gebied van WE-research. Hun ervaringen tonen in ieder geval dat deze benadering aansluit bij de uitdagende veranderingen van de wereld om ons heen en het steeds meer geaccepteerde beeld van de mens als ‘sociaal wezen’.

Heb jij een mening over, ervaring met of wil je iets kwijt over WE research? Deel die dan door te reageren op deze post. Samen weten WE immers meer dan één!

Reageer 13 Oktober 2009 - 13:29 Kjell

What’s happening online?

Gisteren was ik een van de keynote speakers bij het #Hartmanevent (voor de tweeters onder ons) in Karel V in Utrecht. Als introductie maakte ik een bruggetje van Karel V naar onze tijd. Volgens Wikipedia leefde Karel V in een transitie periode: van de donkere middeleeuwen ging het naar de moderne tijd. Volgens mij zitten wij weer in zo’n transitieperiode, het internet leidt ons de post-moderne tijd in. Als illustratie gebruikte in mijn familie (altijd dankbaar). Mijn oudste zus was dit jaar 25 jaar getrouwd. 25 jaar geleden maakte wij met de sterk verouderde technische middelen een stukje. Een dia-pojector en een taperecorder lieten genante foto’s zien en flauwe liedjes. 25 jaar later maakten we natuurlijk een youtube-filmpje met dezelfde flauwe inhoud, maar dit keer aangvuld met belangrijke events uit de laatste 25 jaar. We lieten beelden zien van de val van de Berlijnse muur, de ontkenning van Bill Clinton (I did not have sex with that woman) en All Gore bij de start van internet. Zoals mijn neef onlangs ook al vroeg: waarom hebben jullie allemaal dezelfde boeken in de kast staan? En ik zei: dat is de encyclopedie Britannica. Hij weer: waarom???? Tja, het pre- en het post internet-tijdperk! In de presentatie deelde ik kennis over de stand van zaken op het net (begin 2009, dus eigenlijk alweer verouderd) en gaf ik enkele tips en trucs om succesvol social media voor je bedrijf in te zetten.

Reageer 9 Oktober 2009 - 9:05 Marja

Campagne effect onderzoek: meten is weten!

postbus51_2Vorige week donderdag organiseerde DPC het Symposium ‘Tien jaar effectonderzoek: de toekomst van Postbus 51-campagnes’. Daar hebben Hans en ik een aantal interessante dingen gehoord:

Wim van der Noort vertelde over hoe DPC het campagne-effect onderzoek aanpakt en heeft gestandaardiseerd. Hierdoor heeft DPC nu een database met resultaten van ongeveer 250 campagnes. Ook heeft Wim van der Noort het communicatiemodel laten zien dat zij hanteren. Een aantal interessante resultaten:
* persoonlijke relevantie is erg belangrijk voor het hebben van effect (dus gedragsintentie).
* het gemiddelde verschil (van alle onderzochte campagnes) tussen de voor- en nameting is:
– kennis 10%
– houding 5%
– gedrag 1%

Een andere interessante presentatie werd gegeven door Ab Dijksterhuis, schrijver van het boek ‘Het slimme Onbewuste’. hetslimmeonbewusteHij vertelde over het onbewuste en wat de communicatiediscipline kan leren en gebruiken van de kennis op dit gebied om gedrag te beïnvloeden. Niet alleen is deze kennis interessant bij de ontwikkeling van campagnes, maar het bevestigt ook nogmaals dat wij als marktonderzoekbureauhet onbewuste niet kunnen negeren.

Ab Dijksterhuis beweert dat er bij het ontwikkelen van een campagne een goed onderscheid gemaakt moet worden tussen de beinvloeding van gedrag en bewustwording. Beiden vereisen een andere aanpak.

Hij toonde met behulp van de IAT test aan (koppelen van autochtone namen en positieve woorden en allochtone namen en negatieve woorden, en daarna andersom) dat het onbewuste je gedrag echt beïnvloedt (je reageert langzamer). Als onderzoekstechniek is dit interessant omdat dit sociale wenselijkheid kan tegengaan.

Verder geeft Ab Dijksterhuis een aantal tips voor campagnes gericht op gedragsbeinvloeding versus bewustwording vanuit de psychologie:

* Voor gedragsbeinvloeding is het goed om gewenst gedrag te laten zien en te laten zien dat dit beloond wordt. Het gebruik van humor is niet erg, zo lang het niet ten koste gaat van de boodschap.
* Bij bewustwording werkt het vaak beter om humor of verkeerde voorbeelden te gebruiken omdat het hier vaak om kennis gaat. Campagnes gericht op bewustwording hebben vaak een sneeuwbaleffect (kennisoverdracht) en dus een groter bereik, maar beïnvloeden niet zozeer het gedrag van mensen.

Al met al interessante ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan (nog) betere campagnes. Onderzoek, zowel de campagne- effectmeting als de concepttest en pretest in de ontwikkelingsfase van een campagne, zijn hierbij van grote waarde!

1 reactie 2 Oktober 2009 - 7:20 Odette

Moslims socialere eters

Het Ramadan Festival heeft in samenwerking met Ruigrok | NetPanel onderzoek gedaan in het kader van de ramadanmaand (die start op 21 of 22 augustus). Het Ramadan Festival was benieuwd naar het verschil in eetgewoontes tussen moslims en niet-moslims. Het doel van het festival is namelijk om door middel van eten bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen. Het is een feest voor alle Nederlanders (zowel moslims als niet-moslims) waarbij de gezamenlijke maaltijd centraal staat. Men gunt elkaar een kijkje in elkaars keuken en proeft elkaars cultuur, letterlijk en figuurlijk. Meer informatie: www.ramadanfestival.nl.

Moslims eten vaker met familie en vrienden voor de televisie
De maaltijd is voor de meeste moslims een sociale gebeurtenis. Ze eten minder vaak alleen dan niet-moslims en moslims delen de maaltijd vaker met familie en vrienden. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat er significante verschillen zijn hoe deze groepen de avondmaaltijd eten. Niet-moslims eten meestal met de partner (56% ten opzichte van 23% moslims), moslims eten meestal in gezelschap van familie of vrienden (57% ten opzichte van 21% niet-moslims). Bij moslims staat vaker de televisie aan tijdens het eten. 55% van de moslims geeft aan (een beetje) televisie te kijken onder het eten. Bij niet-moslims is dit percentage 45%.

Moslims eten vaker met de buren
Moslims zijn eerder geneigd hun buren uit te nodigen voor het eten. Niet-moslims houden het meestal bij een kopje koffie of een kort praatje. Uit het onderzoek komt naar voren dat moslims vaker bij de buren eten dan niet-moslims. 54% van de moslims geeft aan wel eens bij hun directe buren te eten. Bij niet-moslims geldt dat voor 39%. Wel maken niet-moslims vaker een praatje met de buren dan moslims, (46% van de niet-moslims maken meerdere keren per week een praatje met de buren ten opzichte van 34% van de moslims).

Meerderheid Nederlanders positief over het Ramadan Festival
Ongeveer de helft van alle Nederlanders (zowel moslims als niet-moslims) is bekend met het Ramadan Festival. Daarvan is het overgrote merendeel (erg) positief over het doel van het festival. Aan de mensen die het festival kennen is gevraagd of men zich kan vinden in de manier waarop het Ramadan Festival de periode van de ramadan benut om niet-moslims en moslims met elkaar in contact te brengen. Van de niet-moslims is 69% hier positief over ten opzichte van 74% van de moslims.

Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek is uitgevoerd door het Ramadan Festival en onafhankelijk onderzoeksbureau Ruigrok | NetPanel. Het Ramadan Festival heeft de populatie moslims onderzocht en Ruigrok | NetPanel de niet-moslims. Voor beide groepen zijn meer dan 500 waarnemingen verzameld in 2009. De steekproef is representatief op basis van geslacht en leeftijd. Representativiteit is verkregen door middel van stratificatie van de steekproef.

Reageer 21 Augustus 2009 - 9:25 Fernando

Usability tips

Wilde ik vorige week aan Online Tom onze usability tips laten zien die Nieske al in 2008 met Marketing Tribune heeft gedeeld, bleek dat ik ze helemaal niet op ons blog had gezet! Nou, ja, dat schiet niet op natuurlijk! Dus vandaar: beter laat dan niet, hierbij onze negen tips voor een nog gebruiksvriendelijkere site:

Maak gebruik van bestaande regels Steeds meer gebruikers zijn bekend met bepaalde gewoontes. Het is goed als een site hier op inspeelt. Voorbeelden van dit soort gewoontes zijn: – Een zoekveld rechts bovenin; – Een duidelijk herkenbare menustructuur; – De navigatie consequent (steeds op dezelfde wijze) doorgevoerd door de hele site; – Een label ‘contact’ op de homepage met de contactgegevens en / of mogelijkheid voor mailen / bellen; – Eventueel: een kruimelpad aan de bovenkant van de pagina.

There’s only one time to make a first impression In een paar seconden beslist een bezoeker of de site het is.. of niet! Dus op de eerste pagina is het essentieel dat het doel van de site (van wie is deze site, wat kan ik hier, wat is het voor site) meteen duidelijk is. Ook hiervoor geldt: mensen lezen niet maar scannen dus houd het beknopt en visueel.

Prioriteer, geef aan wat belangrijk is Vaak zien gebruikers door de bomen het bos niet meer omdat alles even belangrijk lijkt of omdat hetgeen waarvoor hij / zij de site bezoekt ver weg gestopt zit. Geef een duidelijke hiërarchie en bied bezoekers een directe toegang (vanaf de homepage) naar die dingen die veel gebruikt worden op je site. In een supermarkt werkt het misschien om shoppers langs alle schappen te laten lopen in de hoop op een impulsaankoop, op internet werkt dit helaas averechts.

Geef bezoekers een duidelijke wegwijzer (menustructuur) Naamgeving van de navigatie-elementen is nog niet altijd optimaal. Houd het volgende hierbij in de gaten: Voorkom helemaal of enigszins overlappende labels op navigatie-elementen (niet onderscheidend) op dezelfde pagina. Dit roept vragen op, zorgt voor verwarring (is het hetzelfde, is het wat anders?). Zorg dat labels duidelijk zijn (vanuit de doelgroep geformuleerd, geen jargon, afkortingen, moeilijke woorden zoals rss of te algemene formuleringen zoals ‘onderwerpen’).

Bied een goede zoekfunctie (Bijna) iedereen heeft Google tegenwoordig als startpagina en de neiging van gebruikers om binnen een site, na een vluchtige scan, ook naar het witte veld te grijpen is groot. Belangrijk hierbij is: – Geef een aanwijzing wat je kan intypen (bijvoorbeeld: trefwoord of (als een zin ook kan) Typ hier uw vraag in). – Geef de zoekresultaten weer á la Google (hét voorbeeld van een makkelijk scanbare lijst resultaten). Zet het aantal erbij (8 van 32).

Voorkom scrollen / een vouwlijn op de homepage Met name als een homepage (enigszins) compleet oogt, is men niet geneigd te gaan scrollen. Bezoekers willen bovendien het belangrijkste in een oogopslag kunnen waarnemen.

Bied goede doorlinks binnen de site We zien vaak dat informatie versnipperd staat weergegeven en dat er binnen een site verzuimd wordt door te linken.

Pas op met ‘doe-dingen’ Als er actie gevraagd wordt (bijvoorbeeld voor het invullen van gegevens of het aanvinken van zoekcriteria) verdwijnt de rest van de pagina voor de gebruikers naar de achtergrond. Men is dan geneigd om te focussen op het invullen waardoor een inleidende tekst, of hulpteksten, soms worden gemist. Wel zijn gebruikers inmiddels gewend aan (en enthousiast over) het gebruiken van ‘toelichting on demand’ in de vorm van een i-tje. Maak het de gebruiker zo makkelijk mogelijk door ingevulde informatie te onthouden. Niets is zo vervelend als het steeds weer opnieuw moeten invullen van je gegevens.

Maak teksten makkelijk scanbaar Teksten zijn vaak niet gemakkelijk scanbaar, niet specifiek geschreven voor het web. Houd deze regels aan als je je eigen webteksten kritisch bekijkt of opstelt: – Maak korte zinnen (weinig woorden, max 10); – Schrijf zoveel mogelijk in actieve taal; – Deel een tekst op in enkele alinea’s (maak witregels); – Geef de alinea’s duidelijke kopjes (die de inhoud weergeven); – Vat in de eerste zin van de alinea de inhoud samen; – Maak het alles bij elkaar niet te lang (voorkom eindeloos scrollen); – Bied doorlinks in de teksten; – Gebruik lijstjes (opsommingen), tabellen of andere visuele hulpmiddelen.

Vraag niet hoe het kan, maar profiteer er van!

2 reacties 3 Augustus 2009 - 13:09 Marja

Fashion Facts

Gisteren waren we bij de spectaculaire show voor Orange Babies (zie de oranje baby in transparante buik en moeder en dochter Markus op rij 1!). Ook voor deze versie van de Fashion Week deden we weer een online onderzoek onder algemeen Nederlands publiek. Interessante uitkomsten hiervan zijn:

  • De moeilijkste kledingstukken volgens Nederlanders om aan te schaffen zijn schoenen en een spijkerbroek. Eén op de vier Nederlanders (24%) zegt nooit moeite te hebben met de aanschaf van kleding. Voor mannen is de aanschaf van kleding eerder probleemloos dan voor vrouwen. Eén op de drie (32%) mannen heeft nooit problemen met kleding kopen, tegenover 15% van de vrouwen.
  • Twee derde (65%) van de Nederlanders vindt dat de wereld van mode erg overschat wordt. Mode van de catwalk is dan ook volgens acht op de tien (81%) Nederlanders niet draagbaar. De wereld van de mode kan rekenen op een selecte groep volgers: één op de tien (10%) Nederlanders volgt de laatste mode op de voet.
  • Vier op de tien (39%) Nederlanders recyclet door de veranderingen van de economische crisis kleding van vorige zomer en 15% zegt nu meer te kopen bij modeketens als H&M, Zara en Mango. 10% koopt door de economische veranderingen kleding bij de tweedehands kledingwinkel en/of kringloopwinkel.
  • Amsterdam International Fashion Week (AIFW) is het bekendste Nederlandse modeevenement, één op de drie Nederlanders zegt AIFW te kennen. De grote meerderheid (89%) van deze AIFW- kenners hebben ‘er wel eens van gehoord’. Ruim een tiende (12%) volgt AIFW actief in de media. Slechts 3% heeft AIFW wel eens bezocht en 1% heeft deelgenomen aan AIFW.

Interesse in de facts en figures rond mode in Nederland? Mail dan met Dorien@ruigroknetpanel.nl

Reageer 27 Juli 2009 - 14:57 Marja

Previous Posts


Kalender

Maart 2010
M T W T F S S
« Nov    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  

Artikelen per maand

Laatste reacties

Artikelen per categorie

Login