Gisteren gaven Arjan en Patrick een kijkje in de keuken van de samenwerking tussen KPN en Ruigrok | NetPanel. KPN verstuurd met grote regelmaat brieven, folders en ander materiaal naar haar zakelijke klanten. Om deze communicatie optimaal te laten aansluiten bij de wensen van de doelgroep, laten we een groep ondernemers de uitingen van KPN digitaal beplakken met post-its. Doordat KPN direct mee kan kijken, krijgen ze direct inzicht in de dingen die aanspreken en de dingen die voor verbetering vatbaar zijn. Daarnaast worden alle uitingen gescoord op de waarden van KPN en de aanzet tot actie. Zo ontstaat er naast kwalitatief, diepgaand inzicht ook een mooie benchmark! Heb je nog vragen? Mail met Patrick (KPN) of met Arjan (Ruigrok | NetPanel).
Voor de tweede keer hebben we een online onderzoek uitgevoerd onder buitenlandse bezoekers en bewoners. En wat blijkt? Toeristen vinden Amsterdam fantastisch, maar expats zijn heel wat kritischer. Hierbij de rapportage van het onderzoek onder de Amsterdam Advisory Board.
Yes. We. Can! Wie kent deze slogan niet waarmee Barack Obama de basis voor het winnen van de Amerikaanse verkiezingen legde. Deze drie woorden tonen de kern aan van een belangrijke verschuiving in de wereld: van ‘Me’ naar ‘We’. Niet alleen wordt er steeds meer gebruik gemaakt van social media, ook de oorzaak van de economische crisis valt volgens velen te wijten aan te veel ‘Me’-denken door bankiers en CEO’s en te weinig ‘We’-denken. Wat betekent deze verschuiving van ‘Me’ naar ‘We’ voor het marktonderzoek?
In het marktonderzoek richten we ons al jaren tot consumenten met vragen over henzelf. Wat zijn hun motivaties, wat zijn hun wensen en behoeften en hoe verwachten zij zich te gedragen in de toekomst (bijvoorbeeld koopintentie)? Met deze benadering wordt echter voorbijgegaan aan twee belangrijke kenmerken van de menselijke soort:
1. Mensen zijn onbetrouwbare getuigen van hun eigen gedrag en gedachten.
Hoewel we graag anders willen geloven, houden we onszelf vaak zelf voor de gek en blijven onze echte motivaties zelfs voor onszelf verborgen. Ook hebben wij mensen de intentie om ons eigen kunnen zwaar te overschatten. Een goed voorbeeld hiervan is een onderzoek uit Zweden waaruit blijkt dat 50% van de Zweedse mannen zichzelf tot de 10% beste autorijders van het land rekent. Als we dus consumenten iets vragen over henzelf moeten we er ons dus bewust van zijn dat we met onbetrouwbare getuigen praten die ons onbewust misschien verder van de waarheid brengen in plaats van dichterbij.
2. Mensen zijn van nature sociale wezens.
Mensen zijn van nature heel goed in het opmerken van het gedrag van anderen en de motivaties van anderen. Daarnaast zijn zij ook heel goed in het voorspellen van het gedrag van anderen. Als dit namelijk niet zo zou zijn, dan zouden we ook niet staat zijn om te kunnen anticiperen op het gedrag van anderen. En dat zou alleen al op een drukke koopzondag in de Kalverstraat tot botsingen en andere hilarische taferelen leiden.
Ook is aangetoond dat in deze sociale aard ook de kracht van de menselijke soort ligt: samen weten we immers meer dan één (Wisdom of the Crowd), kunnen we ons gebeurtenissen beter herinneren en kunnen we situaties ook beter inschatten. Een goed voorbeeld is een experiment op een jaarmarkt waar 787 deelnemers aan een prijsvraag het gewicht van een os moesten raden. Hoewel niemand het exacte gewicht van de os geraden had, kwam het gemiddelde gewicht van alle schattingen exact overeen met het daadwerkelijke gewicht van de os.
Tot slot is bekend dat mensen in situaties waarin zij niet weten wat ze moeten doen (of geen zin hebben om zelf na te denken), eerst naar anderen kijken wat zij doen (copying) om op deze manier niet te veel af te wijken van anderen. Deze wijsheden worden al succesvol ingezet in marketing, zoals op bol.com waarbij elk boek, CD of DVD wordt aangegeven welke andere producten mensen die dit product gekocht hebben ook kochten.
Nieuwe onderzoeksmethoden:
Enkele nieuwe vormen van onderzoek waarbij het ‘We’-principe centraal staat werden onlangs door John Kearon and Mark Earls van BrainJuicer UK gepresenteerd op het Esomar Congres in Montreux. Zij noemden onder andere:
Mass anthropology: Gebruik maken van bijvoorbeeld Google trends voor het zoeken naar relaties in bestaande data;
Mass prediction: Gebruik maken van de voorspellende waarde van de groep (bijvoorbeeld wie de nieuwe president van Amerika wordt, wie X-factor wint etc.);
Mass ethnography: Gebruik maken ‘ooggetuige’ verslagen van consumenten (beschrijvingen van het gedrag van anderen);
Mass Creation: Gebruik maken van de creativiteit en kennis van de massa, zoals nu al gebeurt in co-creatie- en interdisciplinaire brainstorm sessies.
Uit de voorbeelden van projecten waarin John en Mark bovenstaande methoden toegepast hebben, kan opgemaakt worden dat er nog een hoop te ontdekken en ontwikkelen valt op het gebied van WE-research. Hun ervaringen tonen in ieder geval dat deze benadering aansluit bij de uitdagende veranderingen van de wereld om ons heen en het steeds meer geaccepteerde beeld van de mens als ‘sociaal wezen’.
Heb jij een mening over, ervaring met of wil je iets kwijt over WE research? Deel die dan door te reageren op deze post. Samen weten WE immers meer dan één!
Gisteren was ik een van de keynote speakers bij het #Hartmanevent (voor de tweeters onder ons) in Karel V in Utrecht. Als introductie maakte ik een bruggetje van Karel V naar onze tijd. Volgens Wikipedia leefde Karel V in een transitie periode: van de donkere middeleeuwen ging het naar de moderne tijd. Volgens mij zitten wij weer in zo’n transitieperiode, het internet leidt ons de post-moderne tijd in. Als illustratie gebruikte in mijn familie (altijd dankbaar). Mijn oudste zus was dit jaar 25 jaar getrouwd. 25 jaar geleden maakte wij met de sterk verouderde technische middelen een stukje. Een dia-pojector en een taperecorder lieten genante foto’s zien en flauwe liedjes. 25 jaar later maakten we natuurlijk een youtube-filmpje met dezelfde flauwe inhoud, maar dit keer aangvuld met belangrijke events uit de laatste 25 jaar. We lieten beelden zien van de val van de Berlijnse muur, de ontkenning van Bill Clinton (I did not have sex with that woman) en All Gore bij de start van internet. Zoals mijn neef onlangs ook al vroeg: waarom hebben jullie allemaal dezelfde boeken in de kast staan? En ik zei: dat is de encyclopedie Britannica. Hij weer: waarom???? Tja, het pre- en het post internet-tijdperk! In de presentatie deelde ik kennis over de stand van zaken op het net (begin 2009, dus eigenlijk alweer verouderd) en gaf ik enkele tips en trucs om succesvol social media voor je bedrijf in te zetten.
Gary Vaynerchuk is succesvol ondernemer en oprichter van webwinkel Winelibrary.com. Door zijn enorme passie voor het onderwerp en pakkende videorecensies wist hij de doelgroep (wijnliefhebbers) in het hart te raken en gaf hij – met een beperkt budget – de toonaangevende site Winespectator.com het nakijken. Tijdens de Emerce eDay vertelde hij op onnavolgbare wijze zijn verhaal. De opname die ik tijdens zijn keynote speach maakte, laat feilloos zien wat de ingrediënten zijn voor succes op het web. Zonder twijfel het hoogtepunt van de eDay 2009. Het publiek hing aan zijn lippen en beloonde zijn verhaal met een staande ovatie. Raak geïnspireerd en doe er je voordeel mee!
Het Ramadan Festival heeft in samenwerking met Ruigrok | NetPanel onderzoek gedaan in het kader van de ramadanmaand (die start op 21 of 22 augustus). Het Ramadan Festival was benieuwd naar het verschil in eetgewoontes tussen moslims en niet-moslims. Het doel van het festival is namelijk om door middel van eten bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen. Het is een feest voor alle Nederlanders (zowel moslims als niet-moslims) waarbij de gezamenlijke maaltijd centraal staat. Men gunt elkaar een kijkje in elkaars keuken en proeft elkaars cultuur, letterlijk en figuurlijk. Meer informatie: www.ramadanfestival.nl.
Moslims eten vaker met familie en vrienden voor de televisie
De maaltijd is voor de meeste moslims een sociale gebeurtenis. Ze eten minder vaak alleen dan niet-moslims en moslims delen de maaltijd vaker met familie en vrienden. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat er significante verschillen zijn hoe deze groepen de avondmaaltijd eten. Niet-moslims eten meestal met de partner (56% ten opzichte van 23% moslims), moslims eten meestal in gezelschap van familie of vrienden (57% ten opzichte van 21% niet-moslims). Bij moslims staat vaker de televisie aan tijdens het eten. 55% van de moslims geeft aan (een beetje) televisie te kijken onder het eten. Bij niet-moslims is dit percentage 45%.
Moslims eten vaker met de buren
Moslims zijn eerder geneigd hun buren uit te nodigen voor het eten. Niet-moslims houden het meestal bij een kopje koffie of een kort praatje. Uit het onderzoek komt naar voren dat moslims vaker bij de buren eten dan niet-moslims. 54% van de moslims geeft aan wel eens bij hun directe buren te eten. Bij niet-moslims geldt dat voor 39%. Wel maken niet-moslims vaker een praatje met de buren dan moslims, (46% van de niet-moslims maken meerdere keren per week een praatje met de buren ten opzichte van 34% van de moslims).
Meerderheid Nederlanders positief over het Ramadan Festival
Ongeveer de helft van alle Nederlanders (zowel moslims als niet-moslims) is bekend met het Ramadan Festival. Daarvan is het overgrote merendeel (erg) positief over het doel van het festival. Aan de mensen die het festival kennen is gevraagd of men zich kan vinden in de manier waarop het Ramadan Festival de periode van de ramadan benut om niet-moslims en moslims met elkaar in contact te brengen. Van de niet-moslims is 69% hier positief over ten opzichte van 74% van de moslims.
Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek is uitgevoerd door het Ramadan Festival en onafhankelijk onderzoeksbureau Ruigrok | NetPanel. Het Ramadan Festival heeft de populatie moslims onderzocht en Ruigrok | NetPanel de niet-moslims. Voor beide groepen zijn meer dan 500 waarnemingen verzameld in 2009. De steekproef is representatief op basis van geslacht en leeftijd. Representativiteit is verkregen door middel van stratificatie van de steekproef.
Wilde ik vorige week aan Online Tom onze usability tips laten zien die Nieske al in 2008 met Marketing Tribune heeft gedeeld, bleek dat ik ze helemaal niet op ons blog had gezet! Nou, ja, dat schiet niet op natuurlijk! Dus vandaar: beter laat dan niet, hierbij onze negen tips voor een nog gebruiksvriendelijkere site:
Maak gebruik van bestaande regels Steeds meer gebruikers zijn bekend met bepaalde gewoontes. Het is goed als een site hier op inspeelt. Voorbeelden van dit soort gewoontes zijn: – Een zoekveld rechts bovenin; – Een duidelijk herkenbare menustructuur; – De navigatie consequent (steeds op dezelfde wijze) doorgevoerd door de hele site; – Een label ‘contact’ op de homepage met de contactgegevens en / of mogelijkheid voor mailen / bellen; – Eventueel: een kruimelpad aan de bovenkant van de pagina.
There’s only one time to make a first impression In een paar seconden beslist een bezoeker of de site het is.. of niet! Dus op de eerste pagina is het essentieel dat het doel van de site (van wie is deze site, wat kan ik hier, wat is het voor site) meteen duidelijk is. Ook hiervoor geldt: mensen lezen niet maar scannen dus houd het beknopt en visueel.
Prioriteer, geef aan wat belangrijk is Vaak zien gebruikers door de bomen het bos niet meer omdat alles even belangrijk lijkt of omdat hetgeen waarvoor hij / zij de site bezoekt ver weg gestopt zit. Geef een duidelijke hiërarchie en bied bezoekers een directe toegang (vanaf de homepage) naar die dingen die veel gebruikt worden op je site. In een supermarkt werkt het misschien om shoppers langs alle schappen te laten lopen in de hoop op een impulsaankoop, op internet werkt dit helaas averechts.
Geef bezoekers een duidelijke wegwijzer (menustructuur) Naamgeving van de navigatie-elementen is nog niet altijd optimaal. Houd het volgende hierbij in de gaten: Voorkom helemaal of enigszins overlappende labels op navigatie-elementen (niet onderscheidend) op dezelfde pagina. Dit roept vragen op, zorgt voor verwarring (is het hetzelfde, is het wat anders?). Zorg dat labels duidelijk zijn (vanuit de doelgroep geformuleerd, geen jargon, afkortingen, moeilijke woorden zoals rss of te algemene formuleringen zoals ‘onderwerpen’).
Bied een goede zoekfunctie (Bijna) iedereen heeft Google tegenwoordig als startpagina en de neiging van gebruikers om binnen een site, na een vluchtige scan, ook naar het witte veld te grijpen is groot. Belangrijk hierbij is: – Geef een aanwijzing wat je kan intypen (bijvoorbeeld: trefwoord of (als een zin ook kan) Typ hier uw vraag in). – Geef de zoekresultaten weer á la Google (hét voorbeeld van een makkelijk scanbare lijst resultaten). Zet het aantal erbij (8 van 32).
Voorkom scrollen / een vouwlijn op de homepage Met name als een homepage (enigszins) compleet oogt, is men niet geneigd te gaan scrollen. Bezoekers willen bovendien het belangrijkste in een oogopslag kunnen waarnemen.
Bied goede doorlinks binnen de site We zien vaak dat informatie versnipperd staat weergegeven en dat er binnen een site verzuimd wordt door te linken.
Pas op met ‘doe-dingen’ Als er actie gevraagd wordt (bijvoorbeeld voor het invullen van gegevens of het aanvinken van zoekcriteria) verdwijnt de rest van de pagina voor de gebruikers naar de achtergrond. Men is dan geneigd om te focussen op het invullen waardoor een inleidende tekst, of hulpteksten, soms worden gemist. Wel zijn gebruikers inmiddels gewend aan (en enthousiast over) het gebruiken van ‘toelichting on demand’ in de vorm van een i-tje. Maak het de gebruiker zo makkelijk mogelijk door ingevulde informatie te onthouden. Niets is zo vervelend als het steeds weer opnieuw moeten invullen van je gegevens.
Maak teksten makkelijk scanbaar Teksten zijn vaak niet gemakkelijk scanbaar, niet specifiek geschreven voor het web. Houd deze regels aan als je je eigen webteksten kritisch bekijkt of opstelt: – Maak korte zinnen (weinig woorden, max 10); – Schrijf zoveel mogelijk in actieve taal; – Deel een tekst op in enkele alinea’s (maak witregels); – Geef de alinea’s duidelijke kopjes (die de inhoud weergeven); – Vat in de eerste zin van de alinea de inhoud samen; – Maak het alles bij elkaar niet te lang (voorkom eindeloos scrollen); – Bied doorlinks in de teksten; – Gebruik lijstjes (opsommingen), tabellen of andere visuele hulpmiddelen.
Gisteren was de feestelijke uitreiking van de prijzen rond het trendwatchen. De winnaars zijn: The TrendWatcher Of The Year (TWOTY): Adjiedj Bakas / Specialist Trendwatcher Of The Year: Tom Palmaerts, Trendwolves / (Upcoming) Talent Of The Year: Anna Luise Sulimma / Trend Implementation Agency Of The Year: BLOEI Creative Innovation / Trend Implementation Of The Year: Hema (return to sender & droedels) / Trendsetter Of The Year (Arie Boomsma) Tijdens een vol en helaas minder goed verstaanbaar programma in het hippe Spaces presenteerde onze Marit het consumentenonderzoek over trends. Ik mocht aan (de broer van) Arie Boomsma de prijs voor trendsetter uitreiken. Arie roemde in een brief, die zijn broer voorlas, de grootste trendsetter aller tijden en bleef bij zijn begrip voor het standpunt van de EO. Het was een gezellige avond met trendeten, trendmensen, trendmuziek en trendinspiratie. Meer beeld in ons fotoboek.
Vanmorgen presenteerde Hanneke ons onderzoek naar sociale media, mobiel internet, usability en meer interessante online wetenswaardigheden. Zie het Next Web blog voor een beschrijving! Het onderzoek is direct goed opgepakt door de pers, onder andere op nu.nl en MarketingFacts. Hieronder de presentatie. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer er van!
AMSTERDAM – De Social Media Professionals Association (SMPA) deed met Ruigrok | NetPanel online onderzoek naar het gebruik van social media voor commerciële doeleinden. Uit het onderzoek onder 277 respondenten blijkt dat meer dan 82 procent goed op de hoogte is van de ontwikkelingen op het gebied van social media. Tegelijkertijd vindt 67 procent dat er te weinig kennis bestaat over de inzet van sociale media voor commerciële doeleinden. Daaraan heeft men wel behoefte.
Onder de respondenten is vooral behoefte aan meer kennis en inzicht over de effecten van het inzetten van sociale media op onder meer (merk)bekendheid, imago, betrokkenheid, traffic en conversie. Kortom; er is behoefte aan meetbare resultaten. Ook zijn de ondervraagden benieuwd naar praktijkervaringen, do’s en don’ts, inspiratie en ook naar waar de grens van het toelaatbare ligt in de mate van commercieel zijn. De SMPA wil hierop aansluitend meer inzicht gaan geven in de praktijk van het gebruiken van sociale media, onder andere door het verzamelen van cases.
Uit het onderzoek blijkt verder, dat er onder de doelgroep een groot vertrouwen is in het commercieel gebruiken van sociale media, ondanks het gebrek aan kennis. Het idee dat je met sociale media teveel controle uit handen geeft aan de doelgroep leeft nauwelijks meer, slechts een enkeling is het met deze stelling eens.
Definitie
Sociale Media is een ruim begrip. De SMPA heeft hanteert de volgende voorlopige werkdefinitie (die volgens de inschatting van de organisatie voortdurend aan verandering onderhevig is): “Sociale media zijn media waar gebruikers met elkaar communiceren en zaken met elkaar delen, zoals kennis, foto’s, filmpjes, ervaringen, dingen om te verkopen, meningen, ideeën, software, gezamenlijk werk en games. Het is de techniek die erbij helpt om samen meer te weten, kunnen en doen.”
Meer onderzoeksresultaten
Over de inzet van social media:
- Van de werkenden gebruikt twee derde (66%) sociale media commercieel voor het bedrijf zelf, ruim een derde (38%) doet dit voor klanten.
- Werkenden die geen sociale media commercieel inzetten, doen dit met name niet vanwege een gebrek aan ervaring (60%) en kennis (44%).
- Voor ruim de helft (53%) van de ondervraagden die sociale media commercieel hebben ingezet voor bedrijf en/ of klanten, is deze inzet (zeer) succesvol geweest.
- Voor ondervraagden die sociale media hebben ingezet voor hun eigen bedrijf, heeft dit voor bijna twee derde (64%) een positief effect gehad op de merkreputatie. Voor de helft (46%)(waar van toepassing) heeft het een positief effect gehad op het koopgedrag. Van een negatief effect was geen sprake, hooguit van geen effect.
- Het inzetten van een bedrijfsweblog is regelmatig beschreven als een succesvol voorbeeld van commercieel gebruiken sociale media, omdat dit meetbare effecten had op onder andere sitebezoek, merkbekendheid en conversie. Minder succesvolle cases hebben vaak betrekking op communities die geen aansluiting vonden bij de doelgroep, of doodbloedden na een goede start.
- De helft van de werkenden (50%) ziet de eigen organisatie als (zeer) vooruitstrevend als het gaat om het inzetten van sociale media. Een derde vindt dit juist (helemaal) niet het geval.
- Onder de ondervraagden die werken bevinden zich veelal beslissers. Ruim de helft (56%) beslist in samenspraak met anderen over het gebruik van sociale media, een derde beslist hier zelf over (32%).
- Tweederde (73%) geeft aan in het komende jaar 2009 (veel) meer sociale media te gaan gebruiken voor commerciële doelen. Wanneer men kijkt naar de komende vijf jaar, verwacht zelfs 89% (veel) meer te gaan uitgeven aan sociale media.
Over het onderzoek:
Respondenten voor het onderzoek werden benaderd via een link naar de vragenlijst op onder andere Marketingfacts, Frankwatching en Dutchcowboys. Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Hanneke Vos (Ruigrok | Netpanel, hanneke@ruigroknetpanel.nl).
Over SMPA:
De SMPA wil een aanspreekpunt vormen voor iedereen met vragen, opmerkingen, ideeën, succesvolle cases en interessante ervaringen met en over social media. De SMPA is in het najaar van 2008 opgericht met als founding members: Buzzcapture, Buzzer, CreativeCrowds, CafeDelMarketing, DraftFcb, Hoera, Hyves, Marketingfacts, OrangeValley, RhinoFly, Ruigrok | Netpanel, SocialStrategy, TheCrowds.
Voor meer informatie over de SMPA kunt u contact opnemen met Sonja Loth (SocialStrategy,
sonja@smpa.nl) of een bezoek brengen aan www.smpa.nl.